environmental biologist in a protective suit on the shore of a reservoir conducts an express test of river water for pollution
Terug naar aankomende activiteiten

Studiemiddag: Ecocide als internationaal misdrijf

Moet ecocide als zelfstandig internationaal misdrijf worden erkend? Of biedt het Statuut van Rome, het verdrag achter het Internationaal Strafhof, nu al genoeg grond om de grootschalige en bewuste vernietiging van ecosystemen te vervolgen? Op vrijdag 27 november bespreken experts uit de wetenschap en de praktijk die vragen in Den Haag.

Tussen augustus 2020 en juli 2021 verdween in de Braziliaanse Amazone ruim 13.000 vierkante kilometer regenwoud, bijna een derde van de oppervlakte van Nederland. Zoveel was het sinds 2006 niet geweest. Volgens metingen die in 2021 in Nature verschenen, stoot het zuidoosten van het gebied inmiddels meer koolstof uit dan het opneemt. Dat jaar beschuldigde de milieuorganisatie AllRise president Bolsonaro bij het Strafhof van misdrijven tegen de menselijkheid. Maar wie zijn de slachtoffers, als de gevolgen pas over decennia en ver weg voelbaar worden?

In Gaza is volgens het VN-Milieuprogramma (UNEP) 95 procent van het struikgewas verdwenen, net als 97 procent van de boomgewassen. De bodem is aangetast, het grondwater raakt waarschijnlijk vervuild en ook het kustwater is vermoedelijk verontreinigd. Het herstel van een deel van die schade kan decennia duren. Moet zulke vernietiging strafbaar zijn als ecocide, los van de vraag of er in Gaza sprake is van genocide?

Wat het Strafhof nu al kan

Waar de eerste studiemiddag, in januari, ging over trends in de milieucriminaliteit, waaronder de strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven en hun leidinggevenden, richt deze tweede middag zich op wat het Internationaal Strafhof kan doen, vooral tegen politieke en militaire leiders die het milieu ernstige schade toebrengen. Hun functie ontheft hen volgens het Statuut nooit van strafrechtelijke aansprakelijkheid, en immuniteiten staan aan de rechtsmacht van het Strafhof niet in de weg.

Het Statuut noemt milieuschade maar één keer uitdrukkelijk: als oorlogsmisdrijf in een gewapend conflict tussen staten. Strafbaar is wie opzettelijk aanvalt terwijl hij weet dat dit omvangrijke, langdurige en ernstige schade aan het milieu veroorzaakt die duidelijk disproportioneel is ten opzichte van het verwachte militaire voordeel. Elders kan milieuschade wel het middel zijn waarmee een misdrijf wordt gepleegd, of het gevolg ervan: bij genocide en misdrijven tegen de menselijkheid net zo goed als bij andere oorlogsmisdrijven en agressie. Het Statuut beschermt daarmee vooral mensen, en het milieu meestal alleen indirect.

Een vijfde misdrijf?

Een internationaal panel van juristen, bijeengebracht door de Stop Ecocide Foundation, stelde daarom in 2021 voor ecocide als vijfde misdrijf aan het Statuut toe te voegen. Strafbaar zou zijn wie onrechtmatig of moedwillig handelt terwijl hij weet dat er een aanmerkelijke kans bestaat dat dat handelen ernstige milieuschade veroorzaakt die omvangrijk of langdurig is. Vanuatu, Fiji en Samoa dienden daartoe in 2024 een formeel voorstel in.

Zolang de staten die partij zijn de lijst in het Statuut niet aanvullen, moet het Bureau van de Aanklager van het Strafhof echter met de bestaande strafbepalingen werken. Zijn Policy on Addressing Environmental Damage Through the Rome Statute, gepubliceerd in december 2025 en nu in uitvoering, gaat binnen die grenzen ver: het Bureau weegt ook schade aan de natuur zelf mee bij de vraag of een zaak ernstig genoeg is om aan het Strafhof voor te leggen, en bepleit dat de rechter de milieuschade betrekt bij de strafmaat en bij maatregelen om die te herstellen.

Intussen komen ook nationale wetgevers in beweging. Frankrijk stelt sinds 2021 opzettelijke vervuiling met ernstige en langdurige gevolgen voor mens en natuur strafbaar als “écocide”. België stelt ecocide sinds april als eerste lidstaat van de Europese Unie strafbaar als internationaal misdrijf, en de EU-richtlijn milieucriminaliteit verplicht lidstaten gevallen die vergelijkbaar zijn met ecocide strafbaar te stellen. Zo verschuift het internationale en nationale strafrecht stap voor stap van een antropocentrisch naar een meer ecocentrisch perspectief.

Programma

Twee sprekers belichten deze ontwikkelingen vanuit de juridische praktijk. Kate Mackintosh, directeur van het Promise Institute for Human Rights (Europe) van UCLA Law, was vicevoorzitter van het panel van 2021 en is coauteur van het in juni 2026 verschenen Manual on Prosecuting International Environmental Crimes. Reinhold Gallmetzer, Appeals Counsel bij het Bureau van de Aanklager, werkte mee aan het beleidsdocument van 2025. Volgens dat beleid stelt het Bureau milieuschade vast aan de hand van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis.

Een derde spreker brengt die kennis in: Jetse Stoorvogel, hoogleraar Integrated Environmental Modelling bij de vakgroep Milieuwetenschappen van de Open Universiteit. Hij ontwikkelt modellen die laten zien hoe landgebruik en beheer doorwerken in de bodem en andere natuurlijke hulpbronnen. Zulke modellen kunnen bijdragen aan het opsporen en vaststellen van milieuschade, bijvoorbeeld door in kaart te brengen hoe grootschalige ontbossing doorwerkt in bodem en water. Ze kunnen ook helpen vragen te beantwoorden als: hoe ver reikt de schade, hoelang duurt het herstel, en was dat te voorzien? Stoorvogel laat zien welke voorspellingen deze modellen op basis van data kunnen doen.

Er is volop ruimte voor vragen en discussie, ook tijdens de afsluitende borrel. De middag is bedoeld voor studenten en alumni van de Open Universiteit, maar zeker ook voor andere belangstellenden.

De studiemiddag is een initiatief van de Green Office OU, de AJV (studievereniging voor studenten en alumni van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit) en het Expertisecentrum Milieucriminaliteit.

27 november 2026
13:30 - 17:30
Open Universiteit Hub. Universiteitscampus Spui, 3e verdieping c vleugel, Spui 5, 2511 BL Den Haag